Kort antwoord
Beheer INCI-ingrediëntenlijsten in PIM als stamdata: één ingrediëntentabel met de gemeenschappelijke benaming uit de glossary van Uitvoeringsbesluit (EU) 2025/1175, gekoppeld aan de receptuur met concentraties. Het PIM-systeem genereert daaruit de lijst volgens artikel 19 van Verordening (EG) nr. 1223/2009 en bepaalt welke parfumallergenen je onder Verordening (EU) 2023/1545 vermeldt, met drempels van 0,001% en 0,01%.
Een INCI-ingrediëntenlijst beheer je in een PIM-systeem (Product Information Management) als afgeleide data. Je onderhoudt één centrale ingrediëntentabel met de officiële gemeenschappelijke benamingen, koppelt die per product aan de receptuur met concentraties en laat het systeem de lijst genereren. Zo volgt de lijst artikel 19 van Verordening (EG) nr. 1223/2009, de Cosmeticaverordening, en kan het PIM-systeem bepalen welke parfumallergenen je onder Verordening (EU) 2023/1545 apart vermeldt.
Wie de lijst als vrije tekst per product typt, krijgt verschillende spellingen van dezelfde stof en mist wijzigingen in de regels. Dit artikel legt uit welke bronnen gelden, hoe je de lijst opbouwt en welke controles je automatiseert. Het is algemene informatie en geen juridisch advies.
Wat is een INCI-naam en welke glossary geldt?
INCI staat voor International Nomenclature of Cosmetic Ingredients, een internationaal gebruikte naamgeving voor cosmetische grondstoffen. Artikel 19, lid 6, van de Cosmeticaverordening schrijft voor dat je ingrediënten op het etiket vermeldt met de gemeenschappelijke benaming uit een glossary die de Europese Commissie vaststelt op grond van artikel 33. Bestaat er geen gemeenschappelijke benaming, dan gebruik je een term uit een algemeen aanvaarde nomenclatuur.
De huidige glossary staat in Uitvoeringsbesluit (EU) 2025/1175 van 16 juni 2025, gepubliceerd op 10 juli 2025. Het besluit is van toepassing vanaf 30 juli 2026 en trekt Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/677 in. Van 30 juli 2025 tot en met 29 juli 2026 mochten bedrijven de nieuwe namen al vrijwillig gebruiken. Volgens de Europese Commissie houdt de glossary rekening met INCI en andere internationale nomenclaturen. Kleurstoffen, behalve haarverfstoffen, vermeld je met hun CI-nummer (Colour Index).
Twee punten die je in je datamodel vastlegt. De glossary is geen lijst van toegestane ingrediënten en ook niet uitputtend, schrijft de Commissie. Een naam in de glossary zegt dus niets over de toelaatbaarheid van een stof. Daarvoor kijk je naar de bijlagen van de verordening.
Wat is CosIng en hoe gebruik je het in PIM?
CosIng is de database van de Europese Commissie met informatie over cosmetische stoffen en ingrediënten. Je zoekt er op naam, maar ook op CAS-, EINECS- of ELINCS-nummer. De Commissie noemt CosIng nadrukkelijk een niet juridisch bindende informatiedatabase: alleen Verordening (EG) nr. 1223/2009 en de bijlagen bepalen of en onder welke voorwaarden je een stof gebruikt. Kleurstoffen, conserveermiddelen en UV-filters staan alleen in CosIng als ze in bijlage IV, V of VI zijn toegestaan.
Voor je PIM-systeem betekent dat: gebruik CosIng als referentie bij het aanmaken van een nieuw ingrediënt. Leg per ingrediënt de gemeenschappelijke benaming, het CAS- of EG-nummer en de relevante bijlage met referentienummer vast. De beoordeling of een stof in jouw product mag, hoort bij de veiligheidsbeoordeling in het productinformatiedossier, uitgelegd in CPNP-notificatie en het productinformatiedossier.
Hoe stel je de ingrediëntenlijst op volgens artikel 19?
Artikel 19, lid 1, onder g, geeft de regels voor de lijst. Een ingrediënt is daar elke stof of elk mengsel dat je opzettelijk in het product gebruikt. Vertaald naar generatieregels in je PIM-systeem:
- Begin de lijst met de term "ingredients", zoals artikel 19, lid 1, onder g, voorschrijft.
- Sorteer de ingrediënten in aflopende volgorde van gewicht op het moment van toevoegen aan het product.
- Ingrediënten onder 1% mag je in willekeurige volgorde na de rest plaatsen. Leg in je regel vast welke volgorde je kiest, zodat de lijst bij elke generatie gelijk blijft.
- Zet "(nano)" achter elk ingrediënt dat als nanomateriaal aanwezig is, bijvoorbeeld "zinc oxide (nano)", het voorbeeld dat de NVWA geeft.
- Vermeld parfum- en aromacomposities en hun grondstoffen als "parfum" of "aroma".
- Voeg de parfumallergenen toe die boven de drempel uitkomen, met de naam die bijlage III voorschrijft.
Welke parfumallergenen vermeld je onder Verordening (EU) 2023/1545?
Verordening (EU) 2023/1545 van 26 juli 2023 wijzigt bijlage III van de Cosmeticaverordening voor de etikettering van parfumallergenen. Volgens de overwegingen moesten fabrikanten tot dan toe 24 parfumallergenen individueel vermelden. Het Wetenschappelijk Comité voor consumentenveiligheid (SCCS) identificeerde in advies SCCS/1459/11 nog 56 allergenen die bij mensen duidelijk allergieën veroorzaken. Die worden nu ook vermeld als de concentratie in het eindproduct boven 0,001% ligt bij leave-on producten of boven 0,01% bij rinse-off producten.
De verordening stemt de namen ook af op de glossary en voegt verwante stoffen samen in één vermelding. Een voorbeeld uit de bijlage is "Cananga Odorata Oil/Extract" (vermelding 347). Neem de naam per vermelding letterlijk over in je ingrediëntentabel.
| Datum | Wat er geldt |
|---|---|
| 16 augustus 2023 | Verordening (EU) 2023/1545 treedt in werking |
| tot 31 juli 2026 | Niet-conforme producten mochten nog in de handel worden gebracht |
| tot 31 juli 2028 | Niet-conforme producten mogen nog worden aangeboden, bijvoorbeeld als winkelvoorraad |
Op 17 oktober 2026 betekent dit: elk product dat je nu voor het eerst in de handel brengt, volgt de nieuwe lijst. Oude voorraad mag tot 31 juli 2028 verkocht worden. Je PIM-systeem moet dus twee versies van de ingrediëntenlijst kunnen tonen zolang beide verpakkingen in omloop zijn, en je webshop moet de versie tonen die bij de geleverde verpakking hoort.
Hoe richt je het datamodel in?
Behandel ingrediënten als een eigen entiteit met relaties naar producten, zoals je dat in food doet bij allergenen en voedingswaarden. Per product leg je de receptuurregels vast: ingrediënt, concentratie en eventueel de nanovorm. Voor de parfum heb je de samenstelling van de geurleverancier nodig, met de concentratie van elk allergeen in de parfum. Het PIM-systeem rekent die om naar de concentratie in het eindproduct.
Voorbeeld: een Nederlands huidverzorgingsmerk verkoopt een bodylotion en een douchegel met dezelfde parfum, die in beide producten op 1% zit. De parfum bevat 0,2% Limonene (vermelding 88 van bijlage III). In het eindproduct is dat 0,002%. Bij de bodylotion, een leave-on product, ligt dat boven de drempel van 0,001%, dus "Limonene" komt in de lijst. Bij de douchegel, een rinse-off product, blijft het onder 0,01% en valt Limonene onder "parfum". De cijfers zijn indicatief en dienen alleen om de rekenregel te tonen.
Receptuurdata zijn vertrouwelijk. Geef in het PIM-systeem alleen de regulatory-rol toegang tot concentraties en publiceer naar kanalen alleen de gegenereerde lijst. Voor het onderscheid tussen stamdata en gegenereerde velden is de basisuitleg over PIM een goed startpunt.
Welke controles automatiseer je?
Met validatieregels vang je de meeste fouten af voordat een product naar etiket of webshop gaat:
- elk ingrediënt in de receptuur heeft een gemeenschappelijke benaming uit de actuele glossary;
- de som van de concentraties komt uit op 100%;
- elk product heeft een waarde voor leave-on of rinse-off;
- een nanomateriaal heeft altijd de nano-aanduiding;
- een gewijzigde receptuur of parfumsamenstelling zet de ingrediëntenlijst terug naar de status "te controleren".
Log elke wijziging in de ingrediëntentabel met datum en gebruiker. Een audittrail zoals in de zorg, beschreven bij audittrail en wijzigingsbeheer, helpt je aantonen welke lijst op welk moment gold. De lijst gebruik je daarna ook online, zie claims en etikettering van cosmetica online. Een overzicht van vergelijkbare eisen in andere sectoren staat bij branches vergelijken.
Belangrijkste punten
- Gebruik de gemeenschappelijke benamingen uit Uitvoeringsbesluit (EU) 2025/1175, van toepassing sinds 30 juli 2026, en behandel ze als stamdata.
- CosIng is een referentiebron zonder juridische waarde; de toelaatbaarheid van een stof volgt uit de bijlagen van Verordening (EG) nr. 1223/2009.
- Genereer de ingrediëntenlijst uit receptuur en concentraties volgens artikel 19, lid 1, onder g, inclusief "(nano)" en "parfum".
- Onder Verordening (EU) 2023/1545 vermeld je parfumallergenen boven 0,001% (leave-on) of 0,01% (rinse-off); aanbieden van oude voorraad mag tot 31 juli 2028.
- Ga voor de overzichtspagina cosmetica terug naar alle onderwerpen in deze branche.
Veelgestelde vragen
Is CosIng een officiële lijst van toegestane cosmetica-ingrediënten?
Nee. De Europese Commissie noemt CosIng een informatiedatabase zonder juridische waarde. Alleen Verordening (EG) nr. 1223/2009 en de bijlagen bepalen of en onder welke voorwaarden je een stof mag gebruiken. Dat een INCI-naam in CosIng staat, betekent ook geen goedkeuring. Gebruik CosIng in je PIM-systeem als referentiebron voor namen, CAS-nummers en bijlagen, en laat de toelaatbaarheid beoordelen door je veiligheidsbeoordelaar.
Welke glossary van ingrediëntnamen geldt sinds 30 juli 2026?
Sinds 30 juli 2026 is Uitvoeringsbesluit (EU) 2025/1175 van de Europese Commissie van toepassing. Het besluit van 16 juni 2025 bevat de glossary van gemeenschappelijke ingrediëntbenamingen voor etikettering en trekt Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/677 in. Tussen 30 juli 2025 en 29 juli 2026 mochten bedrijven de nieuwe namen al vrijwillig gebruiken. Werk de ingrediëntentabel in je PIM-systeem bij naar deze versie.
Wanneer moeten cosmetica voldoen aan de nieuwe allergenenregels van 2023/1545?
Verordening (EU) 2023/1545 geeft twee data. Producten die niet aan de nieuwe allergenenetikettering voldoen, mochten tot 31 juli 2026 nog in de handel worden gebracht. Tot 31 juli 2028 mogen zulke producten nog worden aangeboden, bijvoorbeeld als voorraad in winkels en webshops. Een product dat je nu voor het eerst in de handel brengt, moet de uitgebreide allergenenlijst dus al volgen.
Wanneer vermeld je een parfumallergeen apart in de ingrediëntenlijst?
Je vermeldt een parfumallergeen uit bijlage III apart zodra de concentratie in het eindproduct boven 0,001% ligt bij leave-on producten zoals crème, of boven 0,01% bij rinse-off producten zoals shampoo. De rest van de geurcompositie blijft onder de term 'parfum'. Daarom moet je PIM-systeem de concentratie per allergeen in het eindproduct kennen, en daarvoor heb je de samenstelling van de parfum nodig.
Bronnen
- Verordening (EG) nr. 1223/2009 betreffende cosmetische producten (EUR-Lex)
- Verordening (EU) 2023/1545 over de etikettering van parfumallergenen (EUR-Lex)
- Uitvoeringsbesluit (EU) 2025/1175 over de glossary van ingrediëntbenamingen (EUR-Lex)
- Europese Commissie: CosIng, cosmetic ingredient database
- Europese Commissie: CosIng glossary of ingredients
- NVWA: Checklist etiketteringsverplichtingen cosmetica