Kort antwoord
Een PIM-systeem voor fashion beheert de maat-kleurmatrix op drie niveaus, stuurt elke collectie via een seizoensworkflow van sample naar webshop, koppelt beelden per colourway en legt maattabellen vast als data. Wettelijk vraagt Verordening (EU) nr. 1007/2011 de vezelsamenstelling online vóór de aankoop. Sinds 19 juli 2026 geldt voor grote ondernemingen het ESPR-verbod op vernietiging van onverkochte kleding, en het textiel-DPP staat gepland.
Een PIM-systeem (Product Information Management) voor fashion moet vier dingen goed doen: de maat-kleurmatrix beheren, collecties per seizoen snel compleet krijgen, beelden per kleur koppelen en maat- en pasvorminformatie als data vastleggen. Daar komen drie wettelijke lagen bij: de vezelsamenstelling uit Verordening (EU) nr. 1007/2011, het verbod op vernietiging van onverkochte kleding uit de ESPR en het geplande digitaal productpaspoort (DPP) voor textiel. Deze pagina geeft het overzicht en verwijst naar de verdiepende artikelen.
Voor de basis van PIM zelf lees je wat een PIM-systeem is. Hier gaat het om wat fashion anders maakt.
Wat maakt productdata in fashion anders?
Fashion combineert drie eigenschappen die in weinig andere branches samenkomen. Het volume zit in varianten, de levensduur van een artikel is kort en het product verkoopt op beeld.
- Varianten. Eén model levert al snel tientallen SKU's (Stock Keeping Units) op. Rekenvoorbeeld (indicatief): zes kleuren en acht maten zijn 48 SKU's, elk met een eigen GTIN, voorraad en status.
- Seizoenen. Collecties volgen een kalender met vaste codes zoals SS27 (spring/summer) en FW27 (fall/winter). Tussen sample en lancering zit weinig tijd, en na het seizoen gaan artikelen naar outlet of uitverkoop.
- Beeld. Een kledingstuk verkoopt op packshots, modelbeelden en details per kleur. Marktplaatsen keuren artikelen af op beeldeisen.
- Pasvorm. De klant kan het artikel niet passen. Maattabellen, pasvormattributen en modelinformatie vervangen de paskamer.
Een algemene retailinrichting dekt dit maar half. Bij PIM voor retail staat het brede assortiment centraal; in fashion is de variantdiepte per model het zwaartepunt.
Het variantmodel: model, kleur en maat
Het fundament van elke fashion-PIM is een variantmodel met drie niveaus. Op modelniveau (style) staan naam, beschrijving, pasvorm, materiaal en wasvoorschrift. Op kleurniveau (colourway) staan kleurnaam, filterkleur, beelden en vaak de prijs. Op maatniveau (SKU) staan GTIN, maatwaarde en status.
GS1 Nederland schrijft voor dat elke kleur en elke maat een eigen code krijgt, en wijst erop dat bol.com en Amazon alleen artikelen met een GS1-code accepteren. Een GTIN-uniciteitscontrole hoort dus in elke fashion-PIM.
Hoe je attributen over de niveaus verdeelt, kleur splitst in een commerciële naam en een filterkleur en maatreeksen als referentiedata beheert, lees je in de maat-kleurmatrix beheren.
Welke wettelijke productinformatie geldt voor kleding?
Hieronder staat algemene informatie, geen juridisch advies. Toets je eigen situatie bij een specialist of de toezichthouder.
Textieletikettering: Verordening (EU) nr. 1007/2011
Verordening (EU) nr. 1007/2011 regelt textielvezelbenamingen en de etikettering van de vezelsamenstelling. Ze is van toepassing sinds 8 mei 2012. Voor productdata zijn deze artikelen het belangrijkst:
| Artikel | Wat het vraagt | Gevolg voor je PIM |
|---|---|---|
| Art. 5 | Alleen vezelbenamingen uit bijlage I | Vezelnaam als gesloten waardelijst |
| Art. 7 | "100 %", "zuiver" of "puur" alleen bij één vezelsoort | Validatie: label 100% alleen als er één vezel is |
| Art. 9 | Alle vezels met gewichtspercentage in afnemende volgorde | Herhaalbare groep vezel plus percentage, totaal 100 |
| Art. 11 | Meerdelige producten: samenstelling per deel; delen onder 30% van het gewicht uitgezonderd, hoofdvoeringen niet | Samenstelling per deel (buitenstof, voering) |
| Art. 12 | Vermelding van niet-textieldelen van dierlijke oorsprong | Ja/nee-attribuut met vaste tekst per taal |
| Art. 16 | Samenstelling zichtbaar vóór aankoop, ook online, in de taal van de lidstaat | Verplicht veld per kanaal, vertaald per markt |
Artikel 15 legt de verantwoordelijkheid bij de fabrikant, of bij de importeur als de fabrikant buiten de Unie zit. Een distributeur die onder eigen naam of merk verkoopt of het etiket wijzigt, geldt zelf als fabrikant. Een retailer met een private label draagt dus dezelfde plicht als een merk.
De Commissie werkt aan een herziening. Volgens haar eigen pagina zijn de huidige regels beperkt tot de vezelsamenstelling en stond een voorstel gepland voor het tweede kwartaal van 2026, met aandacht voor milieu-informatie en digitale etikettering. Die pagina bevestigt nog geen gepubliceerd voorstel. Houd je datamodel daarom uitbreidbaar.
Vernietigingsverbod onverkochte kleding (ESPR)
De Ecodesignverordening ESPR, Verordening (EU) 2024/1781, is op 18 juli 2024 in werking getreden. Sinds 19 juli 2026 mogen grote ondernemingen onverkochte kleding, kledingaccessoires en schoenen niet meer vernietigen. Middelgrote ondernemingen volgen in 2030; kleine en micro-ondernemingen zijn vrijgesteld. Uitzonderingen, bijvoorbeeld voor onveilige, beschadigde of namaakartikelen, vragen bewijs zoals documenten of testresultaten, en bedrijven bewaren hun administratie vijf jaar.
Daarnaast maken bedrijven jaarlijks bekend wat ze afdanken, met aantallen, gewicht en redenen. De Commissie meldt dat die rapportage bestaande douane- en logistieke codes gebruikt. Voor je PIM betekent dit: houd per artikel de goederencode, het gewicht en de levenscyclusstatus (actief, outlet, gedoneerd, afgedankt) bij. De seizoensworkflow laat zien waar die statussen in het proces vallen.
Digitaal productpaspoort voor textiel
Het ESPR-werkplan van 16 april 2025 (COM(2025) 187) zet textiel en kleding als eerste nieuwe productgroep op de lijst, indicatief voor 2027. De DPP-pagina van de Commissie plant de gedelegeerde handeling voor textiel in het vierde kwartaal van 2027 en noemt daarna een overgangstermijn van ten minste 18 maanden. Het DPP-register, waarin elk paspoort met een unieke identificator wordt geregistreerd, is sinds 20 juli 2026 operationeel.
De inhoud van het textiel-DPP ligt nog niet vast. De Commissie noemt als mogelijke gegevens de vezelsamenstelling, informatie voor hergebruik, reparatie en recycling, productidentificatie, herkomst en de betrokken marktdeelnemers. GS1 Nederland ontwikkelt zijn Fashion Data Model (versie 5.01) verder voor internationaal gebruik, waaronder het DPP. De algemene achtergrond staat bij het Digital Product Passport.
Voorbeeld: een Nederlands merk met 400 modellen per seizoen en een eigen outlet legt nu al productieland, fabriek, samenstelling per deel en gewicht per SKU vast. Als de gedelegeerde handeling er ligt, hoeft het team alleen de ontbrekende velden toe te voegen en hoeft het geen archief van drie jaar handmatig na te zoeken.
De seizoensworkflow: van sample tot webshop
Een fashioncollectie doorloopt vaste stappen: aanmaak vanuit PLM (Product Lifecycle Management) of ERP, sample- en fotomoment, verrijking door copy en merchandising, vertaling, controle en publicatie per kanaal. Het knelpunt is meestal de overdracht tussen teams, met de fotostudio als langste pad.
Een PIM-systeem versnelt dit met statussen per seizoen, taken per rol en een volledigheidsscore per kanaal. Een artikel gaat live zodra het voor dat kanaal compleet is. Carry-overs (modellen die een volgend seizoen terugkomen) behouden hun stylenummer en GTIN's en krijgen alleen een nieuwe seizoenscode. Het volledige proces met rollen en controles staat in de workflow voor seizoenscollecties.
Beelden, marktplaatsen en kanalen
Beelden horen op kleurniveau: een beeldset per colourway met packshot, modelbeeld, achterkant en details. Elk kanaal stelt eigen eisen. Zalando vraagt volgens zijn beeldrichtlijnen (bijgewerkt 1 oktober 2026) staande beelden in verhouding 1:1,44, bij voorkeur 1801 x 2600 pixels, in JPG en sRGB, en minimaal drie beelden voor kleding, accessoires en schoenen. Google Merchant Center accepteert vanaf 500 x 500 pixels en vraagt per variant een eigen beeld.
Een PIM-systeem met beeldrollen per kanaal of een gekoppelde DAM (Digital Asset Management) bouwt uit één masterbestand de juiste uitsneden. Lees verder in visuele assets in fashion. Voor de technische kant van marktplaatsfeeds verwijzen we naar marktplaatsintegratie.
Maattabellen en pasvorm als data
Maatinformatie is in fashion klantinformatie. Een maattabel per maatreeks en pasvorm, met lichaamsmaten en kledingstukmaten, vervangt de paskamer. Google Merchant Center kent voor kleding attributen als size, size_system en size_type (bijvoorbeeld petite, maternity of tall), en schema.org beschrijft maten met SizeSpecification.
Leg pasvorm (slim, regular, relaxed), lengte, model- en maatinformatie bij de beelden ("model is 1,82 m en draagt maat M") en kledingstukmaten gestructureerd vast. Dan kun je ze in webshop, marktplaats en maatadviestool hergebruiken. De uitwerking staat in maattabellen en pasvorm.
Hoe kies je een PIM-systeem voor fashion?
Test leveranciers met je eigen collectie in plaats van met een demodataset. Laat in de demo deze vijf punten zien:
- Drie variantniveaus met overerving en overschrijving per kleur.
- Import van een volledige seizoenscollectie uit PLM of ERP, inclusief GTIN's, met de doorlooptijd erbij.
- Beeldbeheer per colourway, met kanaalspecifieke uitsneden of via een DAM-koppeling.
- Validatie van de samenstelling per deel en per taal.
- Publicatie per kanaal op basis van volledigheid.
Meerdere leveranciers noemen fashion als doelsector. Akeneo noemt fashion en apparel bij zijn branches. Kontainer combineert DAM en PIM voor onder meer modemerken, novomind iPIM noemt BRAX en Marc O'Polo als referenties en Plytix levert feeds naar onder meer Zalando en bol. Hoe fashion zich verhoudt tot andere sectoren, zie je in PIM-eisen per branche vergeleken.
Belangrijkste punten
- Richt het variantmodel in op model, kleur en maat, met een eigen GTIN per kleur-maatcombinatie volgens GS1.
- Leg de vezelsamenstelling vast volgens Verordening (EU) nr. 1007/2011: vezelnamen uit bijlage I, percentages in afnemende volgorde, per deel en in de taal van de lidstaat.
- Sinds 19 juli 2026 geldt voor grote ondernemingen het ESPR-verbod op vernietiging van onverkochte kleding; houd levenscyclusstatus, gewicht en goederencode per artikel bij.
- De gedelegeerde handeling voor het textiel-DPP staat gepland voor het vierde kwartaal van 2027; leg herkomst en samenstelling nu al gestructureerd vast.
- Beheer beelden per colourway en maattabellen als data, zodat je elk kanaal uit één bron bedient.
Alle gidsen voor fashion
De maat-kleurmatrix beheren in PIM
Beheer de maat-kleurmatrix in PIM op drie niveaus: model (style), kleur (colourway) en maat (SKU). Leg elk attribuut vast op het laagste niveau waarop het verschilt…
5 min lezenEen workflow voor seizoenscollecties: van sample tot webshop
Een seizoensworkflow in een fashion-PIM verloopt in zes fasen: aanmaken vanuit PLM of ERP, sample en fotografie, verrijking, vertaling, controle en publicatie per…
5 min lezenVisuele assets in fashion: packshots, on-model en video
Beheer fashionbeelden per colourway, met een vaste beeldset van packshot, on-model, achterkant en details, en geef elk beeld een rol per kanaal. Zalando vraagt staande…
5 min lezenMaattabellen en pasvorminformatie: minder retouren door betere productdata
Leg maattabellen en pasvorm in je PIM-systeem vast als gestructureerde data. Je koppelt een maattabel aan maatreeks en pasvorm in plaats van aan elk artikel. Je slaat…
4 min lezen
Veelgestelde vragen
Moet de materiaalsamenstelling van kleding in de webshop staan?
Ja. Artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1007/2011 bepaalt dat de vezelsamenstelling voor de consument duidelijk is vóór de aankoop, ook bij aankoop langs elektronische weg. De vermelding staat in de officiële taal van de lidstaat waar je verkoopt. Je gebruikt alleen vezelnamen uit bijlage I en vermeldt percentages in afnemende volgorde. Leg dit gestructureerd vast in je PIM-systeem.
Wat houdt het verbod op vernietiging van onverkochte kleding in?
Sinds 19 juli 2026 mogen grote ondernemingen onverkochte kleding, kledingaccessoires en schoenen niet meer vernietigen, op grond van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781). Middelgrote ondernemingen volgen in 2030, kleine en micro-ondernemingen zijn vrijgesteld. Uitzonderingen gelden onder meer voor onveilige of namaakartikelen, met bewijs. Daarnaast komt er een jaarlijkse openbaarmaking van afgedankte producten.
Wanneer komt het digitaal productpaspoort voor kleding?
De Europese Commissie plant de gedelegeerde handeling voor textiel onder de ESPR in het vierde kwartaal van 2027. Volgens de Commissie geldt na vaststelling een overgangstermijn van ten minste 18 maanden. De inhoud ligt nog niet vast; de Commissie noemt onder meer vezelsamenstelling, herkomst, reparatie- en recyclinginformatie en productidentificatie. Het DPP-register is sinds 20 juli 2026 operationeel.
Welke PIM-systemen richten zich op fashion?
Verschillende leveranciers noemen fashion als doelsector. Akeneo noemt fashion en apparel als branche, Kontainer combineert DAM en PIM voor onder meer modemerken, novomind iPIM noemt fashion bij zijn branches en Plytix bedient fashion met feeds naar onder meer Zalando en bol. Kies op basis van je variantmodel, beeldvolume en kanalen, en test dat met je eigen collectiedata.
Bronnen
- Verordening (EU) nr. 1007/2011 betreffende textielvezelbenamingen en etikettering (EUR-Lex)
- Ban on destruction of unsold clothes and shoes enters application (Europese Commissie, 17 juli 2026)
- Digital Product Passport: textile apparel (Europese Commissie)
- Digital Product Passport: tijdlijn en register (Europese Commissie)
- Review of the Textile Labelling Regulation (Europese Commissie)
- GS1 Nederland: EAN-13 / GTIN