Kort antwoord
Beheer allergenen en voedingswaarden als gestructureerde velden: een status per allergeen uit de 14 categorieën van bijlage II, zeven verplichte nutriënten per 100 g of 100 ml, en vrijstellingen uit bijlage V als expliciete keuze. Verordening (EU) nr. 1169/2011 eist via artikel 14 dat deze informatie online beschikbaar is vóór de aankoop, dus het PIM-systeem moet dezelfde waarheid leveren als het etiket.
Sla allergenen en voedingswaarden op als losse, gecodeerde velden die direct uit je receptuur of specificatie komen, en publiceer ze vanuit één bron naar etiket, webshop en datapool. Verordening (EU) nr. 1169/2011 legt de inhoud vast: 14 allergeencategorieën in bijlage II, zeven verplichte nutriënten per 100 g of 100 ml, en via artikel 14 de plicht om die informatie bij verkoop op afstand vóór de aankoop te tonen. Een foto van het etiket kun je niet filteren, valideren of syndiceren.
Dit artikel is algemene informatie over productdata en geen juridisch advies. Raadpleeg voor je eigen etiket de wettekst of een etiketteringsspecialist.
Wat eist Verordening (EU) nr. 1169/2011 van allergeneninformatie?
Artikel 9 lid 1 noemt de verplichte vermeldingen, waaronder de ingrediëntenlijst en elk ingrediënt of technologisch hulpmiddel uit bijlage II. Artikel 21 lid 1 bepaalt dat die allergenen in de ingrediëntenlijst typografisch worden benadrukt ten opzichte van de rest van de lijst, bijvoorbeeld vetgedrukt. Heeft een product geen ingrediëntenlijst, dan volgt het woord "bevat" met de naam van het allergeen.
Bijlage II telt 14 categorieën:
| Nr. | Categorie (bijlage II) | Aandachtspunt voor je datamodel |
|---|---|---|
| 1 | Glutenbevattende granen | Graansoort als subwaarde (tarwe, rogge, gerst, haver) |
| 2 | Schaaldieren | Vaak uit kruidenmix of bouillon |
| 3 | Eieren | Ook in glazuur en vulling |
| 4 | Vis | Uitzondering voor visgelatine als drager en klaringsmiddel |
| 5 | Aardnoten | Apart van noten modelleren |
| 6 | Soja | Uitzondering voor volledig geraffineerde sojaolie |
| 7 | Melk (inclusief lactose) | Relevant voor lactosevrij-claims |
| 8 | Noten | Soort noot als subwaarde |
| 9 | Selderij | Komt veel voor in kruiden en soepbasis |
| 10 | Mosterd | Dressings en sauzen |
| 11 | Sesamzaad | Brood en toppings |
| 12 | Zwaveldioxide en sulfieten | Gedroogd fruit, wijn, azijn |
| 13 | Lupine | Bloemmengsels |
| 14 | Weekdieren | Sauzen op basis van oester |
Voor niet-voorverpakte levensmiddelen, zoals een broodje uit de vitrine of een maaltijd in een cateringconcept, is volgens artikel 44 alleen de allergeneninformatie verplicht, tenzij nationale regels meer eisen. Werk je ook voor foodservice, dan heb je de allergeenstatus dus voor elk artikel nodig, ook als er nooit een voedingswaardetabel komt.
Hoe modelleer je allergenen in een PIM-systeem?
Gebruik per allergeen een status in plaats van één vrij tekstveld. De gangbare set is "bevat", "kan bevatten" en "bevat niet". De verordening schrijft geen codes voor. Neem daarom de codelijsten over van het datamodel van je datapool: het Benelux FMCG-datamodel van GS1 Nederland bevat volgens GS1 alle lokale velden met instructie, voorbeeld en codelijsten.
Leg de allergeenstatus vast op het niveau waar hij ontstaat: de grondstof of halffabricaat in je receptuursysteem. Het eindproduct erft de status, en de kwaliteitsafdeling bevestigt hem. Voor uitzonderingen uit bijlage II, zoals glucosestroop op basis van tarwe, maak je een regel bij de grondstof.
"Kan sporen bevatten" is voorzorgsetikettering. Artikel 36 lid 3 geeft de Europese Commissie de bevoegdheid om daar uitvoeringshandelingen voor vast te stellen. Bewaar sporen daarom als aparte status, zodat een webshopfilter "zonder noten" kan kiezen of producten met een sporenvermelding meetellen.
Welke voedingswaarden zijn verplicht en hoe sla je ze op?
Artikel 30 lid 1 noemt de verplichte voedingswaardevermelding: energiewaarde, vetten, verzadigde vetzuren, koolhydraten, suikers, eiwitten en zout. Lid 2 staat aanvullend onder meer enkelvoudig en meervoudig onverzadigde vetzuren, polyolen, zetmeel, vezels en vitaminen en mineralen toe. De vermelding geldt sinds 13 december 2016; de rest van de verordening sinds 13 december 2014 (artikel 55).
Artikel 32 schrijft per 100 g of per 100 ml voor. Artikel 33 staat aanvullend per portie of per consumptie-eenheid toe, mits de portie gekwantificeerd is en het aantal porties vermeld staat. Voor je datamodel betekent dat:
- Sla elke nutriënt op als getal met eenheid (kJ, kcal, g) en een basis (100 g of 100 ml).
- Leg de bereidingstoestand vast: zoals verkocht of na bereiding. Een soeppoeder heeft andere waarden dan de bereide soep.
- Bewaar portiegrootte en aantal porties als losse velden en bereken portiewaarden; voer ze niet handmatig in.
- Leg afrondingsregels vast in je validatie, zodat de waarde in het PIM gelijk is aan de waarde op het etiket.
- Koppel de bron: berekend uit receptuur of geanalyseerd in een lab, met datum.
De referentie-innames uit bijlage XIII deel B (volwassenen) zijn: energie 8 400 kJ / 2 000 kcal, totaal vet 70 g, verzadigde vetzuren 20 g, koolhydraten 260 g, suikers 90 g, eiwitten 50 g en zout 6 g. Wil je het percentage referentie-inname op de voorkant of in de webshop tonen, reken het dan af van deze vaste waarden in plaats van het als los veld op te slaan. Artikel 30 lid 3 regelt wat je op de voorkant mag herhalen: alleen energie, of energie plus vet, verzadigde vetzuren, suikers en zout.
Welke vrijstellingen moet je als regel inrichten?
Bijlage V noemt 19 categorieën die geen verplichte voedingswaardevermelding hebben, waaronder onverwerkte producten met één ingrediënt, water, kruiden en specerijen, zout, tafelzoetstoffen, koffie en thee zonder toevoegingen, azijn, aroma's, additieven, gelatine, gist, kauwgom en levensmiddelen in verpakkingen waarvan het grootste oppervlak kleiner is dan 25 cm2. Ook kleine hoeveelheden die de fabrikant direct aan de consument of aan lokale detaillisten levert, vallen eronder.
Artikel 16 lid 4 stelt dranken met meer dan 1,2 vol% alcohol vrij van ingrediëntenlijst en voedingswaardevermelding. Voor zulke artikelen moet je validatie een leeg nutriëntenblok accepteren. Doe dat met een expliciet veld "vrijstellingsgrond", gevuld uit een codelijst met de bijlage V-categorieën en artikel 16 lid 4. Een leeg blok zonder grond blijft dan een fout, en een auditor ziet waarom het blok leeg is.
Wat betekent artikel 14 voor je webshop en retailers?
Artikel 14 lid 1 bepaalt dat bij verkoop op afstand van voorverpakte levensmiddelen alle verplichte voedselinformatie, behalve de houdbaarheidsdatum, beschikbaar is vóór de aankoop. Bij aflevering moeten alle verplichte vermeldingen beschikbaar zijn. GS1 Nederland vraagt bij voorverpakt food naast de logistieke data uitdrukkelijk om etiketinformatie: allergenen, ingrediënten en voedingswaarden. Lees daarover meer in GS1 GDSN en GS1 Data Source.
Voorbeeld: een fabrikant van vegetarische spreads past de receptuur van een hummus aan en vervangt zonnebloemolie door sesamolie. In het receptuursysteem verandert de allergeenstatus van sesamzaad van "kan bevatten" naar "bevat". Het PIM-systeem zet de nieuwe status klaar, blokkeert publicatie tot kwaliteit de ingrediëntendeclaratie met benadrukte sesam heeft goedgekeurd, en stuurt daarna in één release de nieuwe data naar de datapool en de eigen webshop. Omdat de samenstelling verandert die je wettelijk moet declareren, toets je ook of een nieuwe GTIN nodig is; zie seizoens- en variantbeheer.
Hoe sluit je aan op Nutri-Score en andere afnemers?
Nutri-Score is in Nederland vrijwillig. Volgens GS1 Nederland mogen Nederlandse fabrikanten het logo sinds 1 januari 2024 gebruiken, op voorwaarde dat ze rekenen met het geactualiseerde algoritme en de rekendata aan de Levensmiddelendatabank van het Voedingscentrum leveren. Die levering loopt via GS1 Data Source. Je hebt daarvoor naast de nutriënten per 100 g of ml ook vezels nodig, zelfs als vezels niet op je etiket staan, plus het percentage groente, fruit en peulvruchten en een Nutri-Score-productcategorie.
Plan deze velden in je datamodel als optionele attribuutgroep die verplicht wordt zodra een product het Nutri-Score-logo krijgt. Hetzelfde patroon gebruik je voor ingrediëntendata in andere branches, zoals bij INCI-lijsten in cosmetica. Een vergelijking van datavelden per sector vind je in branches vergelijken.
Belangrijkste punten
- Bijlage II noemt 14 allergeencategorieën; sla per allergeen een status op (bevat, kan bevatten, bevat niet) uit een codelijst die je kunt mappen op GS1.
- Verplicht zijn energie plus zes nutriënten per 100 g of 100 ml; portiewaarden zijn aanvullend en bereken je uit portiegrootte.
- Richt de 19 vrijstellingen van bijlage V en artikel 16 lid 4 in als expliciet veld, zodat een leeg nutriëntenblok verklaarbaar is.
- Artikel 14 eist alle verplichte informatie behalve de houdbaarheidsdatum vóór de online aankoop; webshop en datapool moeten gelijk zijn aan het etiket.
- Leg allergenen en nutriënten vast waar ze ontstaan, in receptuur of specificatie, en laat het PIM-systeem publicatie blokkeren tot kwaliteit heeft goedgekeurd. Zie ook het overzicht food en beverage.
Veelgestelde vragen
Welke 14 allergenen moeten op het etiket volgens Verordening (EU) nr. 1169/2011?
Bijlage II noemt glutenbevattende granen, schaaldieren, eieren, vis, aardnoten, soja, melk (inclusief lactose), noten, selderij, mosterd, sesamzaad, zwaveldioxide en sulfieten, lupine en weekdieren. Voor een aantal categorieën gelden uitzonderingen, zoals glucosestroop op basis van tarwe en volledig geraffineerde sojaolie. Leg die uitzonderingen in je PIM vast als regel bij de ingrediëntgrondstof, zodat ze niet per product opnieuw beoordeeld worden.
Moeten voedingswaarden ook per portie in de webshop staan?
Nee, per 100 g of per 100 ml is verplicht (artikel 32). Per portie of consumptie-eenheid mag aanvullend, op voorwaarde dat de portie op het etiket is gekwantificeerd en het aantal porties in de verpakking vermeld staat (artikel 33). Toon je per portie in de webshop, sla dan portiegrootte en aantal porties als aparte velden op en reken de waarden automatisch af van de 100-grambasis.
Welke producten hebben geen voedingswaardevermelding nodig?
Bijlage V van Verordening (EU) nr. 1169/2011 noemt 19 categorieën, waaronder onverwerkte producten met één ingrediënt, water, kruiden en specerijen, zout, koffie en thee zonder toevoegingen, azijn, gist, kauwgom en verpakkingen waarvan het grootste oppervlak kleiner is dan 25 cm2. Dranken met meer dan 1,2 vol% alcohol vallen onder artikel 16 lid 4. Registreer de vrijstelling als veld, zodat je validatie een leeg nutriëntenblok accepteert.
Wat moet ik doen met 'kan sporen bevatten' in productdata?
Voorzorgsetikettering is vrijwillige informatie. Artikel 36 lid 3 van de verordening voorziet in uitvoeringshandelingen over de mogelijke onbedoelde aanwezigheid van allergenen. Sla het in je PIM op als aparte status per allergeen, gescheiden van 'bevat'. Zo kan een webshopfilter 'zonder noten' producten met een sporenvermelding apart behandelen en blijft je data gelijk aan het etiket.
Bronnen
- Verordening (EU) nr. 1169/2011, geconsolideerde tekst (EUR-Lex)
- Regulation (EU) No 1169/2011, consolidated PDF with Annexes II and V (EUR-Lex)
- Annex XIII Part B, reference intakes (legislation.gov.uk, EU-tekst zoals vastgesteld)
- Nutri-Score in GS1 Data Source (GS1 Nederland)
- Starting with data entry, Food Health & Beauty (GS1 Nederland)