pimsystemen.nl
Fashion

De maat-kleurmatrix beheren in PIM

De maat-kleurmatrix beheren in PIM: zo verdeel je attributen over model, kleur en maat, geef je elke SKU een eigen GTIN en publiceer je varianten correct per kanaal.

Kort antwoord

Beheer de maat-kleurmatrix in PIM op drie niveaus: model (style), kleur (colourway) en maat (SKU). Leg elk attribuut vast op het laagste niveau waarop het verschilt, geef volgens GS1 elke kleur-maatcombinatie een eigen GTIN en beheer maatreeksen als referentiedata. Zo bouw je per kanaal de juiste variantstructuur, van Shopify-opties tot schema.org ProductGroup.

De maat-kleurmatrix beheer je in een PIM-systeem (Product Information Management) met drie niveaus: model, kleur en maat. Elk attribuut leg je één keer vast op het laagste niveau waarop het echt verschilt, en de onderliggende varianten erven de rest. Elke kleur-maatcombinatie krijgt een eigen GTIN. Maatreeksen en kleurwaarden beheer je als referentiedata, zodat je per kanaal de juiste variantstructuur kunt opbouwen zonder handwerk.

Wat is een maat-kleurmatrix?

Een maat-kleurmatrix is het raster van alle verkoopbare combinaties van één model. De rijen zijn kleuren (in de branche vaak colourways genoemd), de kolommen zijn maten. Elke cel is een SKU (Stock Keeping Unit), de kleinste eenheid waarop je voorraad houdt en verkoopt.

Rekenvoorbeeld (indicatief): een chino in vier kleuren, acht taillematen en drie lengtematen telt 96 cellen. Een collectie van 150 modellen met gemiddeld 40 SKU's per model komt uit op 6.000 SKU's per seizoen. Wie die matrix plat in een spreadsheet beheert, onderhoudt 6.000 keer een omschrijving die maar 150 keer verschilt.

Welk attribuut hoort op welk niveau?

De vuistregel: leg een gegeven vast op het hoogste niveau waar het voor alle onderliggende varianten gelijk is. De tabel hieronder is een gangbare indeling voor kleding.

Niveau Sleutel Typische attributen
Model (style) Stylenummer, bijv. 24A-CH118 Productnaam, beschrijving, pasvorm, productgroep, materiaalsamenstelling, wasvoorschrift, land van herkomst, seizoenscode
Kleur (colourway) Stylenummer + kleurcode, bijv. 24A-CH118-410 Commerciële kleurnaam, filterkleur, beeldset, adviesprijs, materiaal als dat per kleur afwijkt
Maat (SKU) GTIN-13 Maatwaarde, lengtemaat, maatreeks, gewicht, variantstatus

Twee attributen zorgen in de praktijk voor discussie. De materiaalsamenstelling hoort op modelniveau, tenzij een kleur een ander garen gebruikt (gemêleerd grijs bevat bijvoorbeeld vaak een ander percentage polyester dan effen zwart). Laat in dat geval een overschrijving op kleurniveau toe. De prijs zet je op kleurniveau als je bijvoorbeeld een seizoenskleur hoger prijst. Prijzen per maat komen vooral voor bij grote maten en kindermaten; maak dat expliciet in je datamodel.

Hoe je families en overerving in het algemeen opzet, lees je in het artikel over het productdatamodel.

Hoe richt je kleuren en maten als referentiedata in?

Kleur krijgt twee attributen. De commerciële kleurnaam ('Ink Navy', 'Washed Sand') is vrije, vertaalbare tekst die per seizoen mag wisselen. De filterkleur komt uit een gesloten waardelijst met een beperkt aantal basiskleuren. Webshopfilters, marktplaatsen en Google Shopping lezen de filterkleur. Zonder die splitsing eindig je met honderden unieke kleurwaarden in je filter.

Maten beheer je als maatreeks: een referentielijst met toegestane waarden in een vaste sorteervolgorde. Alfanumerieke maten (XS tot XXL), Europese confectiematen (34 tot 46), jeansmaten met taille en lengte (W30/L32) en kindermaten op lichaamslengte (98, 104, 110) zijn elk een aparte reeks. De sorteervolgorde is een eigen veld, want alfabetisch sorteren zet L vóór M en S.

Per kanaal vertaal je de maatwaarde. Een marktplaats kan een eigen maatsysteem verwachten; die mapping hoort in het PIM-systeem en wordt niet bij elke upload met de hand gedaan. De koppeling tussen maat en lichaamsmaten werk je uit in maattabellen en pasvorm.

Waarom krijgt elke SKU een eigen GTIN?

GS1 Nederland schrijft voor dat elke kleur en elke maat een eigen GTIN (Global Trade Item Number, voorheen EAN-13) krijgt. Volgens dezelfde GS1-pagina accepteren bol en Amazon alleen artikelen met een GS1-code. De bol Product Content API vraagt een EAN per product en verwerkt aanleveringen asynchroon.

Vier regels houden de GTIN-toewijzing schoon:

  1. Wijs GTIN's toe vanuit één bron. Dat is meestal het ERP-systeem of het PLM-systeem (Product Lifecycle Management); het PIM-systeem controleert en publiceert.
  2. Valideer het controlecijfer. Het laatste cijfer van een GTIN wordt volgens het GS1-algoritme berekend uit de andere cijfers, dus een tikfout is automatisch te vangen.
  3. Hergebruik geen GTIN voor een ander artikel, ook niet na het einde van een seizoen.
  4. Dwing uniciteit af: twee actieve SKU's met dezelfde GTIN blokkeren de export.

Voorbeeld: een Nederlands denimmerk kreeg bij elke nieuwe marktplaatskoppeling afwijzingen op dubbele EAN's. De oorzaak was een carry-over-model waarvan de leverancier voor het nieuwe seizoen nieuwe codes had geleverd, terwijl de oude SKU's nog actief waren. Na een uniciteitsregel in het PIM-systeem en een vaste regel dat carry-overs hun GTIN behouden, verdwenen die afwijzingen uit de foutrapporten.

Hoe publiceer je de matrix per kanaal?

Elk kanaal verwacht een andere vorm van dezelfde matrix. Het PIM-systeem houdt één structuur aan en zet die per kanaal om.

  • Eigen webshop. Veel platforms kennen een product met opties. Je kiest of je een product per model maakt (kleur en maat als opties) of per kleur (alleen maat als optie). Per kleur werkt vaak beter voor SEO en categoriepagina's, omdat elke kleur een eigen URL en beeld krijgt.
  • Marktplaatsen. Bol en Amazon werken per EAN. Een marktplaats koppelt varianten aan elkaar via een eigen groeperingssleutel; controleer in de actuele documentatie van elk platform welke attributen daarvoor gelden.
  • Google Merchant Center. Elke variant gaat als apart product de feed in, met dezelfde waarde in item_group_id. Voor kleding gericht op onder meer Duitsland en Frankrijk zijn color, size, gender en age_group verplicht. Google vraagt een consistent maatformaat, dus S, M en L, en geen mix met 'Medium' of 'Lrg'.
  • Structured data. Schema.org kent het type ProductGroup voor een groep varianten die op vastgelegde kenmerken verschillen, met de eigenschappen variesBy, hasVariant en productGroupID. Google ondersteunt die opbouw voor productvarianten en vraagt per variant een unieke ID zoals sku of gtin. Je stylenummer wordt zo de productGroupID, en variesBy noemt kleur en maat.

Uitgebreide kanaalregels per marktplaats staan in marktplaatsintegratie.

Welke validatieregels houden de matrix gezond?

Validatieregels vangen fouten af voordat ze een kanaal bereiken. Deze set is een werkbaar startpunt voor een fashion-PIM:

  1. Elke actieve SKU heeft een geldige, unieke GTIN.
  2. Elke colourway heeft een filterkleur uit de waardelijst en minstens één packshot.
  3. Elke maatwaarde komt voor in de maatreeks die aan het model hangt.
  4. Een model publiceert pas als alle actieve colourways compleet zijn voor dat kanaal.
  5. Geannuleerde SKU's worden nooit geëxporteerd, uitverkochte SKU's wel.

Regel 5 verdient uitleg. Een geannuleerde maat is nooit geproduceerd en hoort niet zichtbaar te zijn. Een uitverkochte maat bestaat wel en laat de klant zien dat het model in die maat kan terugkomen. Dat onderscheid leg je vast in een variantstatus per SKU en per kanaal, en dus niet in de voorraad. De statuswissels per seizoen beschrijft de workflow voor seizoenscollecties.

Meubelmerken lossen een vergelijkbaar probleem op met stof- en kleurvarianten, maar daar groeit de matrix via configuratieopties. Lees ter vergelijking configuraties en materiaalvarianten. Voor de bredere context van fashion-productdata start je bij het overzicht PIM voor fashion.

Belangrijkste punten

  • Werk met drie niveaus (model, kleur, maat) en leg elk attribuut vast op het hoogste niveau waar het voor alle varianten gelijk is.
  • Splits kleur in een commerciële kleurnaam en een filterkleur uit een vaste waardelijst.
  • Beheer maatreeksen als referentiedata met een eigen sorteervolgorde en een mapping per kanaal.
  • Geef volgens GS1 elke kleur-maatcombinatie een eigen GTIN, valideer het controlecijfer en dwing uniciteit af.
  • Gebruik een variantstatus per SKU om geannuleerde en uitverkochte maten verschillend te publiceren.

Veelgestelde vragen

Hoeveel niveaus heeft een variantmodel voor kleding nodig?

Voor de meeste kleding volstaan drie niveaus: model (style), kleur (colourway) en maat (SKU). Beelden, kleurnamen en vaak de prijs verschillen per kleur, dus die horen op het middelste niveau. Alleen de GTIN, de maatwaarde en het gewicht verschillen per maat. Twee niveaus werken alleen als je per kleur een apart model aanmaakt, wat de beschrijving verdubbelt.

Heeft elke maat van een kledingstuk een eigen EAN nodig?

Ja. GS1 Nederland schrijft voor dat elke kleur en elke maat een eigen GTIN krijgt, het nummer dat vroeger EAN-13 heette. Kassasystemen, magazijnen, bol en Amazon herkennen een artikel aan die code. Gebruik je dezelfde GTIN voor twee maten, dan raken voorraad, retouren en marktplaatslistings door elkaar.

Hoe voorkom je dat filterkleuren in de webshop rommelig worden?

Splits de kleur in twee attributen. De commerciële kleurnaam zoals 'Ink Navy' is vrije tekst per colourway en mag per seizoen wisselen. De filterkleur komt uit een vaste waardelijst met een beperkt aantal basiskleuren zoals blauw, zwart en multicolor. Kanalen en filters gebruiken alleen de filterkleur, zodat je klant op 'blauw' alle blauwtinten vindt.

Wat doe je met maten die je in een seizoen niet produceert?

Genereer de matrix uit de maatreeks, maar zet niet-geproduceerde combinaties op status geannuleerd in plaats van ze te verwijderen. Zo blijft de GTIN-toewijzing traceerbaar en exporteert het PIM-systeem alleen actieve SKU's. Uitverkochte maten laat je op actief staan, omdat de webshop ze dan als uitverkocht kan tonen.

Verder lezen