Kort antwoord
Structureer technische specificaties als getypte attributen met een vaste eenheid per attribuut, en koppel ze aan ETIM of ECLASS. ETIM kent vier kenmerktypen (alfanumeriek, logisch, numeriek en bereik) en eist een eenheid bij elk numeriek kenmerk. ECLASS gebruikt achtcijferige klassecodes in vier niveaus. Beheer je eigen datamodel als bron en exporteer per kanaal naar de gevraagde classificatie.
Technische specificaties structureer je als getypte attributen met één vaste eenheid per attribuut, gekoppeld aan een classificatiestandaard zoals ETIM of ECLASS. Je eigen datamodel in het PIM-systeem blijft de bron. De classificaties zijn exportformaten die je per afnemer vult. Zo kan dezelfde werkdruk van een pomp in een datasheet, een filter op de website, een BMEcat-bestand voor de groothandel en een ECLASS-export voor een industriële inkoper terechtkomen, zonder dat iemand hem overtypt.
Waarom is een PDF-datasheet geen productdata?
Bij veel machinebouwers en componentenfabrikanten staan specificaties in PDF-datasheets, Excel-bestanden van engineering en vrije tekstvelden in ERP. Dat werkt zolang een mens de informatie leest. Een groothandelssysteem, een webshopfilter of een AI-zoekmachine kan er weinig mee. Die hebben per kenmerk een eenduidig veld nodig, met een bekend datatype en een bekende eenheid.
Een veelvoorkomend patroon: in ERP staat "Q=12m3/h H=45m" in de omschrijving. In de datasheet staat "max. opvoerhoogte 45 m". In de catalogus staat "45 meter". Drie bronnen, drie notaties, en geen ervan is te filteren. Structureren betekent dat je dit één keer vastlegt als attribuut "maximale opvoerhoogte", numeriek, eenheid meter, waarde 45, en dat elk kanaal zijn eigen weergave genereert.
Hoe bouw je een attribuutmodel voor technische producten?
Werk per productfamilie. Een familie is een groep producten die dezelfde set kenmerken deelt, bijvoorbeeld centrifugaalpompen, frequentieregelaars of kogellagers. Per familie bepaal je welke attributen verplicht zijn, welk datatype ze hebben en welke eenheid. De basis van datamodellen lees je op een productdatamodel opzetten.
Voor technische data volstaan vier datatypen. ETIM International gebruikt precies deze vier kenmerktypen in zijn model:
| Kenmerktype | ETIM-code | Voorbeeld machinebouw | Validatie in PIM |
|---|---|---|---|
| Alfanumeriek | A | Materiaal pomphuis: RVS 316, gietijzer, brons | Alleen waarden uit een vaste waardelijst |
| Logisch | L | ATEX-uitvoering: ja of nee | Ja, nee of leeg |
| Numeriek | N | Nominaal vermogen: 7,5 kW | Getal met vaste eenheid, eventueel minimum en maximum |
| Bereik | R | Omgevingstemperatuur: -20 tot 40 °C | Twee getallen met dezelfde eenheid, minimum kleiner dan maximum |
ETIM schrijft voor dat numerieke en bereikkenmerken altijd een eenheid hebben en dat alfanumerieke kenmerken een vaste lijst met toegestane waarden krijgen. Neem die discipline over in je eigen model, ook voor attributen die in geen enkele standaard voorkomen. Vrije tekst gebruik je alleen voor marketingteksten en toelichtingen, nooit voor een kenmerk waarop een klant wil filteren of vergelijken.
Hoe beheer je eenheden zonder fouten?
Eenheden zijn de grootste foutbron in technische productdata. Een gewicht in gram dat als kilogram wordt ingelezen, maakt een product duizend keer te zwaar. Een paar regels voorkomen dat:
- Geef elk numeriek attribuut één opslageenheid. Lengtes in millimeter, vermogen in kilowatt, druk in bar, ongeacht hoe de bron aanlevert.
- Reken bij import om. Levert engineering inches aan, dan rekent de importregel om naar millimeter en bewaart hij de bronwaarde in een logveld.
- Bewaar de eenheid nooit in het waardeveld. "7,5 kW" als tekst is niet te sorteren of te filteren.
- Toon andere eenheden alleen als weergave. Een Amerikaanse distributeur die inches wil, krijgt een omgerekende export, de opslag blijft metrisch.
- Gebruik bij export gestandaardiseerde eenheidscodes. UN/ECE Recommendation 20 geeft codes zoals MMT (millimeter), MTR (meter), KGM (kilogram), BAR (bar), KWT (kilowatt), LTR (liter) en voor aantallen C62 (one) en H87 (piece). Peppol gebruikt deze codelijst in e-facturen, dus ERP- en inkoopsystemen herkennen ze vaak al.
Leg ook vast hoeveel decimalen je per attribuut toestaat. Een tolerantie in micrometer vraagt andere precisie dan een gewicht van een complete machine.
ETIM of ECLASS: welke classificatie vraagt je afnemer?
Classificatie koppelt je product aan een gedeelde klasse met vaste kenmerken, zodat afnemers producten van verschillende fabrikanten op dezelfde manier kunnen vergelijken. Voor technische fabrikanten zijn er twee hoofdstandaarden.
ETIM is een tweelaags model van groepen en klassen. Alle klassen, kenmerken, waarden en eenheden hebben een taalonafhankelijke code. In Nederland verloopt ETIM-data voor de installatie- en elektrotechnische groothandel via 2BA, dat ETIM 10 sinds 21 mei 2025 als basisversie hanteert. ETIM International heeft ETIM 11.0 gepland voor 1 december 2026. Voor producten die als 3D-object in BIM-modellen moeten verschijnen, bestaat ETIM MC (Modelling Classes), dat volgens ETIM International 360 klassen telt. Een stappenplan staat in ETIM-classificatie implementeren.
ECLASS beschrijft volgens de eigen introductie ongeveer 48.000 productklassen en meer dan 23.000 unieke kenmerken, in een model van vier niveaus waarin elk product een achtcijferige code krijgt. Release 16.0 is actueel, en ECLASS brengt elk jaar een nieuwe release uit. ECLASS Basic heeft een platte kenmerkenstructuur voor inkoop en verkoop. ECLASS Advanced voegt blokken, aspecten en cardinaliteit toe en wordt vooral in engineering en CAx gebruikt. Dat is relevant als je samengestelde producten beschrijft, zoals een machine met meerdere aandrijvingen.
Welke standaard je nodig hebt, bepalen je kanalen. Vraag het per afnemer na en leg in PIM per product vast tegen welke release je de mapping hebt gemaakt.
Voorbeeld: één pompfamilie, drie exports
Voorbeeld: een fabrikant van industriële pompen in Gelderland beheert 340 pomptypes in één familie met 45 attributen. Engineering levert de technische waarden aan uit PLM. Productmanagement vult de commerciële teksten en beelden.
Per attribuut legt het team twee mappings vast: naar het passende ETIM-kenmerk en naar het passende ECLASS-kenmerk. Waar een eigen attribuut geen tegenhanger heeft, blijft de mapping leeg en gaat het alleen naar de eigen website. Bij export naar 2BA vult PIM de ETIM-klasse met de gemapte waarden. Voor een Duitse OEM-klant genereert PIM een ECLASS-export. Voor de eigen website gebruikt de webshop de eigen attributen met filters op opvoerhoogte, debiet en materiaal.
Als ETIM 11 uitkomt, hoeft het team alleen de mappings te controleren van klassen die in de nieuwe release gewijzigd zijn. De productdata zelf blijft staan.
Hoe migreer je specificaties uit PDF en ERP?
Migratie van ongestructureerde specificaties is een project op zich. Werk familie voor familie en begin met de families die de meeste omzet via distributie halen. Per familie haal je de waarden uit datasheets en ERP-teksten, normaliseer je eenheden en notaties, en laat je engineering de uitkomst steekproefsgewijs controleren. Leg per waarde vast waar hij vandaan komt, zodat je bij twijfel kunt terugvinden welke datasheet de bron was.
Groothandels doen hetzelfde werk aan de ontvangende kant. Hoe zij leveranciersdata harmoniseren, lees je in leveranciersdata harmoniseren. Elektronicafabrikanten lopen tegen vergelijkbare vragen aan, zie specificaties vergelijkbaar maken. Hoe je de gestructureerde data naar dealers en distributeurs brengt, staat in distributiekanalen bedienen, en het branche-overzicht op PIM voor B2B-fabrikanten.
Belangrijkste punten
- Leg elke specificatie vast als getypt attribuut: alfanumeriek met waardelijst, logisch, numeriek of bereik.
- Geef elk numeriek attribuut één opslageenheid, reken om bij import en exporteer met UN/ECE Recommendation 20-codes.
- Je eigen datamodel is de bron; ETIM en ECLASS zijn mappings die je per afnemer vult.
- Leg per product vast tegen welke ETIM- of ECLASS-release je hebt gemapt, met ETIM 11.0 gepland voor 1 december 2026.
- Migreer familie voor familie, met bronvermelding per waarde en controle door engineering.
Veelgestelde vragen
Moet een machinebouwer kiezen tussen ETIM en ECLASS?
Nee, de keuze volgt je afnemers. Groothandels in de Nederlandse installatie- en elektrotechniek werken via 2BA met ETIM. Industriële inkopers en Duitstalige klanten vragen vaker ECLASS. Bouw je eigen datamodel in PIM met getypte attributen en leg per attribuut de mapping naar beide standaarden vast. Dan exporteer je per kanaal de gevraagde classificatie zonder je data dubbel te beheren.
Welke ETIM-versie moet je in 2026 aanleveren?
2BA gebruikt ETIM 10 als basisversie sinds 21 mei 2025 en volgt daarnaast de wekelijkse ETIM Dynamisch. ETIM International heeft ETIM 11.0 gepland voor 1 december 2026. Check bij elke afnemer welke release hij inleest en sla in PIM per product op tegen welke release je mapping is gemaakt, zodat je bij een nieuwe versie gericht kunt bijwerken.
Hoe voorkom je fouten met eenheden in technische productdata?
Geef elk numeriek attribuut één vaste opslageenheid, bijvoorbeeld millimeter voor lengtes en kilowatt voor vermogen, en laat invoer in andere eenheden omrekenen bij import. Sla de eenheid nooit in het waardeveld op. Gebruik voor export de codes uit UN/ECE Recommendation 20, zoals MMT voor millimeter en KWT voor kilowatt, zodat afnemers de eenheid automatisch herkennen.
Wat is het verschil tussen ECLASS Basic en Advanced?
ECLASS Basic heeft een eenvoudige, platte kenmerkenstructuur en wordt volgens ECLASS vaak gebruikt in inkoop, verkoop en controlling, met export als CSV of XML. ECLASS Advanced heeft een flexibele, hiërarchische structuur met blokken, aspecten en cardinaliteit en wordt vooral in engineering en CAx gebruikt. Voor catalogusdata volstaat Basic meestal, voor engineeringdata van samengestelde producten past Advanced beter.