Kort antwoord
Beheer visuele assets voor meubels per uitvoering met vaste beeldrollen: vrijstaand beeld, sfeerbeeld, detail, stofstaal, maatschets en 3D-model. Voor web en Android is glTF 2.0 als GLB gangbaar, voor iOS USDZ. Google Scene Viewer adviseert maximaal 100.000 driehoeken, 10 materialen, textures tot 2048 x 2048 en 10 MB. Koppel elk asset aan model, uitvoering of materiaal in PIM of DAM.
Visuele assets voor meubels beheer je per uitvoering met vaste beeldrollen: vrijstaand hoofdbeeld, sfeerbeeld, detailopname, stofstaal, maatschets, render en 3D-model. Koppel elk asset aan het niveau waar het bij hoort: het model, het element, het materiaal of een volledige configuratie. Voor 3D en AR (augmented reality) lever je glTF 2.0 als GLB-bestand voor web en Android en USDZ voor iOS, binnen de limieten van de viewer. Zo voeden webshop, configurator, dealers en marktplaatsen zich uit dezelfde beeldbron.
Welke beeldrollen heeft een meubel nodig?
Een meubel wordt online gekocht op sfeer, maat en materiaal, zonder dat de klant het kan aanraken. Elk beeld beantwoordt een andere vraag van de koper. Leg daarom per beeld een rol vast als attribuut, zodat kanalen automatisch het juiste beeld kiezen.
| Beeldrol | Doel | Koppelniveau | Typisch kanaal |
|---|---|---|---|
| Vrijstaand hoofdbeeld | Herkenning en vergelijking | Uitvoering of configuratie | Webshop, marktplaats, dealer |
| Sfeerbeeld | Maat en stijl in een interieur | Model, gedeeld over uitvoeringen | Webshop, folder, social |
| Detailopname | Naden, poten, mechanieken | Model of element | Productpagina |
| Stofstaal of close-up | Kleur en structuur van het materiaal | Materiaal | Configurator, stalenkiezer |
| Maatschets | Breedte, diepte, hoogte, zithoogte | Element | Productpagina, dealerplanning |
| Render | Combinatie die niet gefotografeerd is | Configuratie | Configurator, webshop |
| 3D-model | Draaien en in de eigen kamer plaatsen | Element met materiaal | Configurator, AR |
De koppeling aan het juiste niveau bespaart de meeste tijd. Een sfeerbeeld van een bank in grijze stof hoort bij het model en mag bij elke stofuitvoering getoond worden, met een vermelding van de getoonde stof. Een stofstaal hoort bij het materiaal en verschijnt automatisch bij elk model waaraan die stof gekoppeld is (zie configuraties en materiaalvarianten).
Kanalen stellen eigen eisen. Zalando vraagt in de categorie Home volgens zijn beeldrichtlijnen minimaal twee beelden, met een primaire packshot (vrijstaand productbeeld) als hoofdbeeld, in JPG, staand formaat 1:1,44, bij voorkeur 1801 x 2600 pixels, minimaal 762 x 1100 pixels, maximaal 20 MB en in sRGB. De GPSR (Verordening (EU) 2023/988) vraagt in artikel 19 bij online aanbod informatie om het product te identificeren, inclusief een afbeelding. Dit is algemene informatie en vervangt geen juridisch advies.
Fotograferen of renderen?
Bij een bank in 80 stoffen en 6 elementen is fotograferen per combinatie niet haalbaar. De branche werkt daarom met een mix: fotografie voor sfeerbeelden en veelverkochte uitvoeringen, renders voor de rest. Een render ontstaat uit een 3D-model per element en een textuur per materiaal. Wie het 3D-model en de stoftexturen één keer goed opbouwt, genereert daarna elke combinatie als beeld.
Dat verandert de rol van je PIM-systeem. Het levert de configuratie (element plus materiaal plus opties) aan de renderomgeving, en ontvangt het resultaat terug als asset met een koppeling aan precies die configuratie. Leg per render vast uit welke combinatie hij is opgebouwd, zodat je hem opnieuw genereert als een stof of pootmodel verandert.
Markeer renders en door AI bewerkte beelden als zodanig in je metadata. Zalando vraagt volgens dezelfde richtlijnen uiterlijk december 2026 een onzichtbare markering van AI-gegenereerde beelden. Een attribuut "beeldherkomst" (foto, render, AI-bewerkt) maakt dat per kanaal controleerbaar.
Welke 3D-formaten gebruik je voor AR en configurators?
Twee formaten domineren in de praktijk.
glTF 2.0 en GLB. De Khronos Group omschrijft glTF in de specificatie als "an API-neutral runtime asset delivery format". Een glTF-asset bestaat uit een JSON-bestand (.gltf) met de scènebeschrijving, plus binaire bestanden en afbeeldingen, of uit één GLB-bestand waarin JSON en binaire data samen zitten. De specificatie ondersteunt PBR-materialen (Physically Based Rendering), wat stof en hout realistisch laat ogen. Google Scene Viewer, de 3D- en AR-viewer uit de ARCore-documentatie van Google, ondersteunt glTF 2.0 en GLB.
USDZ. Volgens de OpenUSD-specificatie is een usdz-pakket een ongecomprimeerd, onversleuteld zip-archief met USD-bestanden, afbeeldingen (png, jpeg, exr, avif) en audio, waarbij elk bestand op een veelvoud van 64 bytes begint. USDZ is het formaat dat je naast GLB aanbiedt om ook iOS-apparaten te bedienen.
Shopify accepteert volgens zijn helpcentrum GLB en USDZ tot 500 MB en zet modellen om zodat zowel een USDZ- als een GLB-versie beschikbaar is, voor compatibiliteit met Android- en iOS-apparaten. Voor eigen webshops publiceert Google op GitHub het project model-viewer, dat interactieve 3D-modellen op het web en in AR toont.
Welke technische limieten gelden voor AR-modellen?
Een 3D-model uit de productontwikkeling (CAD) is meestal te zwaar voor een telefoon. Google Scene Viewer noemt de volgende richtwaarden:
- Maximaal 100.000 driehoeken, met 30.000 tot 50.000 als ideaal bereik.
- Maximaal 10 materialen, waarvan maximaal twee met transparantie (alpha).
- Textures tot 2048 x 2048 pixels.
- Een modelgrootte van 10 MB; grotere modellen kunnen een slechte gebruikservaring geven.
- Eén UV-set per mesh en maximaal 254 bones als harde limiet.
Leg die eigenschappen per 3D-bestand vast in je PIM- of DAM-systeem: aantal driehoeken, bestandsgrootte, aantal materialen en textuurresolutie. Een validatieregel blokkeert dan een te zwaar model voor het AR-kanaal, terwijl de configurator een zwaardere versie mag gebruiken.
Let ook op de maat. Een AR-model moet op schaal zijn, anders past de bank in de woonkamer van de klant wel op het scherm en niet in het echt. Controleer de afmetingen van het model tegen de breedte, diepte en hoogte in je PIM-record. Schema.org kent voor 3DModel de eigenschap isResizable; zet die op false als de klant het model niet mag verschalen.
Hoe koppel je 3D-modellen aan productdata en markup?
Behandel een 3D-model als asset met dezelfde discipline als een foto: een vaste rol, een koppeling aan element en materiaal, een versie en een status. Stoftexturen horen bij het materiaalrecord. Het model zelf hoort bij het element. De combinatie wordt pas bij weergave samengesteld.
Voor structured data biedt schema.org het type 3DModel, in de hiërarchie Thing, CreativeWork, MediaObject, 3DModel. Schema.org omschrijft het als "A 3D model represents some kind of 3D content, which may have encodings in one or more MediaObjects." Je koppelt het aan een Product via subjectOf, een eigenschap die Product van Thing erft, en geeft met encodingFormat het MIME-type en met contentUrl het bestand op. Google beschrijft in zijn documentatie voor product-structured data geen rich result voor 3D-modellen, dus reken niet op een zichtbaar effect in de zoekresultaten. Meer over markup en vindbaarheid staat in SEO en productdata.
Voorbeeld: een fabrikant van fauteuils met 12 modellen en 60 stoffen laat per model één 3D-model maken en per stof een textuurset. Het PIM-systeem stuurt bij elke nieuwe stof automatisch de 12 combinaties naar de renderomgeving en ontvangt 12 vrijstaande renders terug, gekoppeld aan model en stof. Voor AR exporteert de 3D-studio per model een GLB-bestand van circa 40.000 driehoeken en een USDZ-versie. Het PIM-record bevat de afmetingen waartegen de studio het model controleert. Dealers krijgen dezelfde renders via het dealerportaal.
PIM, DAM of beide?
De beeldbestanden zelf, met versies, rechten en conversies, horen in een DAM (Digital Asset Management). De koppeling aan model, element, materiaal en configuratie hoort in het PIM-systeem, of in een systeem dat beide combineert. Kontainer en THRON combineren DAM en PIM en hebben volgens hun leveranciersprofiel op pimsysteem.nl meubels en design als doelsector; THRON telt Scavolini tot zijn klanten. Leg gebruiksrechten van fotografen en stylisten vast met een vervaldatum, want sfeerbeelden worden vaak met beperkte rechten ingekocht. De algemene uitleg over PIM en DAM koppelen beschrijft de patronen; voor de vergelijking met packshots en on-model-beelden in kleding zie visuele assets in fashion.
Belangrijkste punten
- Geef elk beeld een rol en koppel het aan model, element, materiaal of configuratie, zodat kanalen automatisch het juiste beeld kiezen.
- Combineer fotografie voor sfeer en topuitvoeringen met renders uit één 3D-model per element en een textuur per stof.
- Lever glTF 2.0 als GLB voor web en Android en USDZ voor iOS; toets aan de Scene Viewer-richtwaarden van 100.000 driehoeken en 10 MB.
- Gebruik schema.org 3DModel via subjectOf, en reken niet op een Google rich result voor 3D.
- Beheer bestanden en rechten in DAM en de productkoppeling in PIM.
Veelgestelde vragen
Welk 3D-formaat gebruik je voor meubels in een webshop?
Gebruik glTF 2.0, meestal als binair GLB-bestand, voor web en Android; Google Scene Viewer ondersteunt glTF 2.0 en GLB. Voeg voor iOS-apparaten een USDZ-bestand toe. Shopify accepteert beide formaten tot 500 MB en zet modellen om zodat zowel een GLB- als een USDZ-versie beschikbaar is. Beheer beide bestanden per uitvoering, gekoppeld aan hetzelfde product.
Hoe groot mag een 3D-model van een meubel zijn voor AR?
Google Scene Viewer adviseert maximaal 100.000 driehoeken, met 30.000 tot 50.000 als ideaal, maximaal 10 materialen, textures tot 2048 x 2048 pixels en een modelgrootte van 10 MB. Grotere modellen kunnen een slechte gebruikservaring geven. Leg aantal driehoeken en bestandsgrootte als attribuut vast, zodat je per kanaal kunt valideren.
Bestaat er schema.org-markup voor 3D-modellen van producten?
Ja. Schema.org kent het type 3DModel, een subtype van MediaObject, met de eigen eigenschap isResizable. Via subjectOf, dat Product van Thing erft, kun je een 3DModel aan een product koppelen, met encodingFormat voor het MIME-type. Google beschrijft in zijn documentatie voor product-structured data geen rich result voor 3D-modellen.
Heb je per stofvariant een eigen foto nodig?
Voor het hoofdbeeld meestal wel, want klanten kiezen op kleur en structuur. Bij grote stofcollecties is fotograferen per combinatie niet haalbaar. Dan gebruik je renders: één 3D-model per element en een textuur per stof, waaruit je per combinatie een beeld genereert. Sfeerbeelden deel je over uitvoeringen; stofstalen beheer je per materiaal.